Het fundament van systemisch fenomenologisch werk

Blogs

4 mei 2022| Persoonlijk

Gedachten die mij leiden tijdens een opstelling

Hoe moeder en dochter beiden proberen een situatie uit het verleden te repareren en zo elkaar wegduwen…

Ik duw mijn moeder weg 

Mijn moeder is nu tachtig, maar het lukt me echt niet om haar te helpen. Ik heb van alles geprobeerd, maar ik duw haar steeds weg. Ik móet haar wegduwen!’ benadrukt de cliënt.

In mijn hoofd wordt het systemisch denken geactiveerd en komen er allerlei vragen langs. Voor ‘in de postvakjes achter me’, zodat ik ze nu nog niet beantwoord hoef te hebben:

Een kind moet soms een verstikkende moederliefde wegduwen, maar van nature is een kind altijd loyaal aan de ouders. Zou dit te maken hebben met dat ze loyaal is aan haar vader en niet tegelijkertijd ook loyaal aan moeder kan zijn? Ik zou kunnen vragen hoe de relatie tussen de ouders is of was.

Of is ze geparentificeerd geraakt en nu moe van haar kindillusie dat zij altijd alles voor haar moeder moet doen?

Is hier sprake van daderschap en slachtofferschap?

Ik vraag informatie over het familiesysteem.

Twee kinderen van grootmoeder overlijden. De eerste zoon aan een ziekte, de tweede zoon omdat er kokend water over hem heen kwam. Daarna wordt de moeder van de cliënt geboren.

Dit lijken mij gebeurtenissen die ongetwijfeld trauma’s bij grootmoeder hebben veroorzaakt. Het lijkt me ‘logisch’ dat de dochter en de kleindochter daar in verwikkeld geraakt zijn, maar hoe?

Ik vermoed dat de cliënt geïdentificeerd geraakt is met de grootmoeder, of haar leven onbewust probeert te repareren.

Ik vraag de cliënt om een representant voor grootmoeder en één voor zichzelf uit te zoeken.

Er is inderdaad een hele sterke band tussen grootmoeder en kleindochter. Ook in het echte leven, beaamt de cliënt.

*grootmoeder rood, kleindochter = cliënt lichtblauw.

 Ik heb zo’n vermoeden dat de grootmoeder het verdriet en de pijn heeft kunnen overleven door ‘de bladzijden van haar twee zoons uit te scheuren’.

Ik kan me dan ook zo voorstellen dat ze dan niet echt heeft kunnen hechten aan haar volgende kind. Zou het zo kunnen zijn dat de cliënt vanuit de positie van (geïdentificeerd zijn met) de grootmoeder daardoor haar moeder wegduwt?

Laten we de eerste twee overleden broers van moeder erbij opstellen.

Grootmoeder ziet hen inderdaad niet, maar ze krijgt het wel erg koud. Dit herken ik als een traumareactie.

Kleindochter is nu helemaal in beslag genomen door haar overleden ooms. Ik laat haar zeggen: “Hallo ooms! Ik ben jullie nichtje”.

* grootmoeder: rood,

 kleindochter / cliënt: lichtblauw,

1e overleden broer van moeder: lichtgroen,

2e overleden broer van moeder: geel

Nu ben ik benieuwd wat er gebeurt wanneer we de moeder van de cliënt erbij opstellen.

Moeder (*donkergroen) gaat voor haar broers staan, op een manier dat haar dochter de twee overledenen niet meer kan zien.

En dochter wordt boos, die wil moeder uit haar beeld duwen.

De dynamiek wordt mij helder, maar de cliënt snapt het niet. Ik laat haar zeggen: “Mam, ik ben je dochter, en niet je broer.

En, ik ben een vrouw.”

Dat laatste laat ik haar vooral tegen zichzelf zeggen. Ze kijkt heel verbaasd. Ik vroeg me steeds al af van waar haar mannelijke uitstraling kwam. Het zo in dienst genomen zijn om de twee overleden jongens in beeld te brengen kan mannelijke trekken geven.

De moeder en de dochter werken allebei hard -onbewust-, rond de traumatische gebeurtenissen: de moeder zorgt er voor dat haar ouders niet meer geconfronteerd worden met het overlijden van hun zoons;

De kleindochter ‘probeert’ juist de twee overledenen weer in beeld te brengen. In hun pogingen om het verleden te repareren, raken ze elkaar kwijt als moeder en dochter.

Een kind dat na overleden kinderen wordt geboren krijgt vaak ingewikkelde levenstaken. Geheel onbewust krijgt zo’n kind  de taak om wat gebeurd is nooit gebeurd te laten zijn. Tegelijkertijd moet ze het verdriet van de ouders zien te voorkómen, door bijvoorbeeld het zonnetje in huis te zijn.

Waar in systemen iets er niet mag zijn, zal vaak in de volgende generatie iemand onbewust de taak krijgen dat weer in beeld te brengen. In deze opstelling leek dat de taak van de kleindochter: de broers van moeder weer levend te toveren, of hen en hun dood een plek te geven.

Zo zijn beiden in dienst genomen door verschillende overlevingsmechanismen: moeder om haar ouders de pijn van het verlies te laten overleven is in dienst van het verhullende persoonlijk geweten; (klein)dochter is in dienst van het systeemgeweten en probeert -geheel onbewust van deze taak!- wat gebeurd is juist weer een plek te geven. Zo duwen ze elkaar weg om hun onbewuste taak te kunnen volbrengen..

 

Bibi Schreuder

 

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Wij sturen maandelijks de nieuwste blogs, vlogs en ons cursusaanbod via onze nieuwsbrief. Blijf op de hoogte en schrijf je in.

Inschrijven

Over het Bert Hellinger Instituut

Mensen zijn altijd in ontwikkeling. Met elkaar, zonder elkaar. In families, in teams, in organisaties. Het systemisch denken maakt ons bewust van het waarom van ons zijn en doen. Met organisatieopstellingen en familieopstellingen ontstaat ruimte voor beweging. Het BHI geeft opleidingen, workshops en trainingen op het gebied van systemisch werk, opstellingen, leiderschap en coachen. Zo dragen wij bij aan de ontwikkeling van mens, organisatie en maatschappij.

Voor aanstormende en gevestigde leiders. Een initiatief van het Bert Hellinger Instituut.